Eigenaars van tweede verblijven hebben lang niet altijd de sterkste schouders

De federale regering zoekt naar extra inkomsten voor de begroting. Daarbij ligt volgens De Tijd ook een voorstel op tafel om eigenaars van vastgoed zwaarder te belasten. Het idee zou zijn dat de „sterkste schouders” meer bijdragen. Er is nog geen beslissing genomen over de vraag wie precies meer zou moeten betalen.

Die vraag blijkt minder eenvoudig dan ze klinkt. Op de voorpagina van De Tijd van vrijdag 25 september ging het over een extra belasting op tweede verblijven. De titel van de digitale versie werd later gewijzigd: daarin kwamen eigenaars van meerdere woningen in het vizier. In een volgende versie van het artikel werd nog een ander criterium genoemd: de verhoging zou gelden voor eigenaars met een kadastraal inkomen van meer dan 5.000 euro, ongeacht hoeveel woningen zij bezitten.

Het zijn drie verschillende manieren om belastingplichtigen af te bakenen. Ze treffen niet noodzakelijk dezelfde mensen. Juist daarom moet de regering eerst de kernvraag beantwoorden: wie wil zij zwaarder belasten, en waarom zouden precies die eigenaars de sterkste schouders hebben?

Neem een gezin dat in een bescheiden appartement in Brussel woont en daarnaast een chalet in de Ardennen bezit, waar het met de kinderen weekends en vakanties doorbrengt. Dat gezin heeft een tweede verblijf. Zet daar een eigenaar naast van tien appartementen in Antwerpen Nieuw-Zuid, allemaal verhuurd aan mensen die er hun hoofdverblijf hebben. Die eigenaar bezit veel meer vastgoed, maar geen tweede verblijf. Waarom zou juist het gezin zwaarder worden belast?

Een belasting op meerdere woningen zou ook het Brusselse gezin treffen. Evenmin houdt dat criterium rekening met de reden waarom iemand een tweede woning bezit. Een oudere vrouw laat haar gescheiden dochter en drie jonge kleinkinderen in haar huis wonen. Zelf heeft ze haar intrek genomen in een kleine houten kangoeroewoning naast het ouderlijk huis. Zij bezit nu twee woningen, maar wellicht geen sterke schouders.

Biedt een grens van 5.000 euro kadastraal inkomen dan een betere oplossing? Het kadastraal inkomen is geen bedrag dat een eigenaar werkelijk ontvangt. Het is een fictieve huurwaarde die voor Belgisch vastgoed nog altijd op een referentietijdstip in 1975 berust. Het zegt niets over een lopende lening, het huidige inkomen van de eigenaar of de vraag of een woning verhuurd wordt dan wel kosteloos door een familielid wordt bewoond.

Vastgoed dat niet de eigen woning is, wordt bovendien al in de personenbelasting betrokken. Voor een niet-verhuurd gebouw berekent de fiscus het belastbare onroerende inkomen op basis van het geïndexeerde kadastraal inkomen, verhoogd met 40 procent. Daarnaast betaalt de eigenaar onroerende voorheffing. Bij een nieuwe belasting moet ook die bestaande belastingdruk worden meegewogen.

Er blijven wezenlijke vragen open. Telt de eigen woning mee voor de grens van 5.000 euro, en gaat het om het oorspronkelijke of het geïndexeerde kadastraal inkomen? Telt vastgoed in het buitenland mee? Ook daaraan kent België een kadastraal inkomen toe, maar het wordt op een andere manier vastgesteld dan voor Belgisch vastgoed. De regering moet uitleggen hoe zij zulke goederen wil vergelijken en behandelen. Zonder die antwoorden valt niet te beoordelen wie de nieuwe belasting werkelijk zou treffen.

TWERES betwist al jaren gemeentelijke belastingen die eigenaars treffen omdat zij ergens een tweede verblijf hebben. Via onze vereniging zijn ruim 2.000 procedures gestart tegen de tweedeverblijfsbelastingen in De Panne, Knokke-Heist en Koksijde. Daarbij gaat het onder meer om het verschil tussen de belasting voor tweedeverblijvers en de aanvullende personenbelasting voor vaste inwoners. Die stond in deze gemeenten jarenlang op nul procent; in Knokke-Heist is dat nog steeds zo.

Dat geschil blijft actueel, want de meeste procedures lopen nog. TWERES ontving de voorbije dagen opnieuw 150 arresten van het Hof van beroep in Gent waarin de gemeente Koksijde in het ongelijk wordt gesteld. Die uitspraken gaan over het betrokken gemeentelijke belastingreglement voor aanslagjaar 2022. Ze onderstrepen hoe belangrijk het is dat een overheid een verschil in belasting tussen groepen behoorlijk kan verantwoorden.

De overheid mag beslissen wie bijdraagt aan de begroting. Maar als zij vooral de sterkste schouders wil treffen, moet haar criterium daarop aansluiten. „Tweede verblijf”, „meerdere woningen” en „meer dan 5.000 euro kadastraal inkomen” lijken eenvoudige omschrijvingen. De voorbeelden tonen hoeveel verschillende mensen en situaties erachter schuilgaan. Een rechtvaardige belasting begint met die verschillen ernstig te nemen en discriminatie te vermijden, ook tussen belasting op onroerend goed en belasting op roerend vermogen.