Toegang tot tweede woningen in Duitsland tijdens de corona lock-down

De maatregelen in Duitsland in de strijd tegen het coronavirus waren van meet af aan niet gericht op een algemeen verbod op de toegang tot tweede woningen. Aan het begin van de pandemie waren er verschillende voorschriften voor tweede woningen naargelang de deelstaat. Er waren aanbevelingen en in sommige deelstaten werd het burgers die niet hun hoofdverblijf in de deelstaat van hun tweede woning hadden, aanvankelijk verboden om de grens van hun deelstaat over te steken en hun tweede woning te bezoeken.

Dit veranderde snel nadat de administratieve rechtbanken in een aantal deelstaten het verbod op het gebruik van tweede woningen hadden opgeheven of opgeschort. De rechtbanken vonden het verbod om naar de tweede verblijfplaats te reizen disproportioneel en dus onwettig. De regeringen van de betrokken deelstaten hebben hierop gereageerd door hun regelgeving onverwijld te wijzigen.

Enkel voorbeelden:

  • Berlijn/Brandenburg: na een beslissing van het Hoger Administratief Gerecht van Berlijn-Brandenburg in maart heeft een woordvoerder van het Brandenburgse Ministerie van Binnenlandse Zaken duidelijk verklaard: “Iedereen die een vakantiehuis of appartement in Brandenburg bezit, mag dit natuurlijk zelf gebruiken”.
  • Mecklenburg-Vorpommern, een zeer toeristische regio aan de Duitse Oostzeekust: na een uitspraak van het Hooggerechtshof van Greifswald op 9 april 2020, dat het reisverbod voor de lokale bevolking heeft opgeheven, heeft de deelstaatregering op 17 april 2020 besloten dat iedereen die in Mecklenburg-Vorpommern woont, elke plaats daar mag bezoeken, inclusief een tweede huis aan de kust en op de Oostzee-eilanden.
  • Sommige deelstaten in Duitsland, zoals Beieren, ook een streek met zeer aantrekkelijke en populaire toeristische plaatsen, evenals Saksen-Anhalt en Noordrijn-Westfalen, hebben op geen enkel moment het eigen gebruik van tweede woningen verboden.

Conclusie: in Duitsland werden de tweedeverblijvers tijdens de corona-crisis uiteindelijk niet verhinderd om van hun eigendom gebruik te maken, zelfs indien dat in een andere deelstaat lag.

Lock-down en tweede verblijven in Frankrijk: een andere aanpak dan het zeer strenge verbod in België

Vanaf dinsdag 17 maart ’s middags ging Frankrijk, net als de meeste andere landen in Europa rond dezelfde periode, in lock-down. Slechts enkele verplaatsingen waren toegestaan en alleen op basis van een attest. Bij gebrek aan bewijs riskeerden onze Franse buren een boete van 135 euro. In tegenstelling tot wat we in België zagen, was het doorbrengen van de lock-down in een tweede verblijf niet verboden. Mensen die op 17 maart om 12 uur ‘s middags in hun tweede verblijfplaats waren, mochten daar blijven.

Weliswaar was het absoluut verboden om heen en weer te pendelen tussen het tweede verblijf en de hoofdverblijfplaats. Net als in België zorgde de aanwezigheid van de eigenaars in hun tweede verblijfplaats voor enige commotie onder een deel van de lokale bevolking. In een interview met Paris-Match gaf antropoloog Jean-Didier Urbain enkele interessante commentaren op wat er in Frankrijk gebeurde.

Klik hier om het interview (in het Frans) te lezen.

Absurde corona-toestanden: vanaf 21 mei mocht men in België terug naar het tweede verblijf maar niet aan de andere kant van de landsgrens.

Toen op 21 mei 2002 in België, onder druk van een dreigende juridische procedure, inderhaast beslist werd dat mensen terug naar hun tweede verblijf mochten, was dat voor velen een opluchting. Niemand begreep immers waarom al vanaf 11 mei mocht gewinkeld worden op de Antwerpse Meir of in de Brusselse Nieuwstraat, terwijl het verbod voor tweedeverblijvers bleef bestaan (oorspronkelijk was zelfs beslist om het verbod “minstens” tot 8  juni te handhaven!).

In Nederland waren op dat moment campings en vakantieparken al langer open. Nederlanders en Duitsers konden ongehinderd naar hun vakantiehuis of stacaravan in Nederland. Belgen werden echter aan de grens door de Belgische politie tegengehouden. Dat zorgde terecht voor woedende reacties:

  • “Ik heb een nieuwe caravan staan op een huurkavel op een camping in Nederland.
    De camping is open onder strikte voorwaarden zoals eigen wc… afstand houden.  Duitsers en Nederlanders zijn er aanwezig maar ik als Europeaan (Belg) mag er niet naar toe want mag de Belgische grens niet over.  Hopelijk staat onze caravan er nog en is hij niet leeggeroofd. Je mag wel naar een pretpark of fietsen met 20 man maar niet de grens over. Het tweede verblijf bezoeken mag vanaf nu eindelijk maar helaas alleen binnen België.”
  • Waar kan ik veiliger zijn voor coronabesmetting als in mijn tweede verblijf net over de Belgische grens.”
  • “Ik heb een stacaravan gekocht in Nederland. Sinds eind februari is alles eindelijk aangesloten maar we mogen er niet naar toe.”
  • “De Belgische regering laat ons niet naar onze stacaravan in Zeeland terugkeren. We  hebben een schriftelijke goedkeuring van het caravanpark en wij mochten reeds terug gaan vanaf 1 mei 2020.  Helaas worden we door de Belgische politie tegengehouden aan de Belgische grens. Dezelfde landgenoten met 2e verblijf mogen er terug naartoe in België, maar niet 10 km over de grens in Zeeland. Help ons a.u.b.!.”

Eigendomsbeperking van tweedeverblijvers: proportioneel in tijden van Covid-19?

Eind april is in “De Juristenkrant” een interessant artikel verschenen van een groep juridische onderzoekers van de KU Leuven. Volgens de auteurs doorstaat het actief opsporen en terugsturen van tweedeverblijvers die op bij het ingaan van de maatregelen al aan de Kust verbleven, de toets van het legaliteits- en proportionaliteitsbeginsel niet..

Volgens artikel 7 van het ministerieel besluit van 18 maart 2020 waren niet-essentiële verplaatsingen vanuit België verboden. Verder bepaalde artikel 8, lid 1  dat personen thuis moesten blijven en het verboden was zich op de openbare weg en in openbare plaatsen te bevinden, behalve in geval van noodzakelijkheid en omwille van dringende redenen. Bij gebrek aan een verplaatsing, kon de overheid artikel 7 niet inroepen om tweedeverblijvers op te sporen en uit hun eigendom te verdrijven. Meer nog: door de terugkeer naar de eerste verblijfplaats begeeft wie teruggestuurd wordt, zich bovendien op de openbare weg zonder noodzakelijke en dringende redenen en wordt een niet-essentiële verplaatsing uitgelokt. Dat schendt bijgevolg de artikelen 7 en 8.

Een tweede onzekerheid betreft de interpretatie van artikel 8 dat bepaalde dat personen thuis moesten blijven. Het begrip “thuis” werd evenwel niet gedefinieerd. Bij gebrek aan definiëring in het ministerieel besluit  kan een tweede verblijf ook kwalificeren als een ‘thuis’, minstens in de ruime zin van het woord. De onderzoekers merken ook op dat de burger vóór de afkondiging van het verbod de keuze had moeten krijgen waar men liefst wou verblijven, zoals studenten die mogelijkheid wel kregen. In elk geval  kunnen er, volgens de juristen, veel vraagtekens geplaatst worden bij de rigoureuze manier waarmee de maatregel afgedwongen werd. Zo werden in sommige gemeenten grootschalige politiecontroles op touw gezet, ‘huisbezoeken’ uitgevoerd en drones met warmtecamera’s ingezet. De proportionaliteit van die maatregel – die tweedeverblijvers als het ware postuleert als opgejaagd wild – is, volgens de auteurs, op alle fronten ver te zoeken.

Klik hier voor de volledige tekst.

Gelezen op de RTL Info website (19 mei 2020): Een caravan aan de kust is de enige vrijetijdsbesteding voor Frédéric en zijn gezin, maar ze kunnen er niet van genieten: “een onrecht!”

Frédéric, zijn vrouw en hun twee zonen, 17 en 13 jaar oud, wonen in een flatgebouw in Charleroi. Sinds midden maart zorgt de familie ervoor dat ze de coronamaatregelen zorgvuldig respecteren: Frédéric’s echtgenote en haar zoon zijn astmatisch en willen zich ten koste van alles beschermen tegen het coronavirus. Maar zonder balkon, zonder tuin, zonder auto en zonder plaats om te wandelen in hun buurt… duurt de lock-down lang , heel lang. Maar wat Frédéric het meeste pijn doet, is dat ze al hun spaargeld gebruiken om hun caravan aan de kust te betalen. Dus elke dag stelt onze getuige zich voor hoe hij, zijn vrouw en hun kinderen de lock-down  in hun tweede thuis hadden kunnen doorbrengen: kleine tuin, wandelingen, fietstochten, frisse zeelucht …

Klik hier om het volledige artikel – in het Frans – te lezen

Opinie van advocaat Van Steenbrugge: “Corona mag geen afbreuk doen aan de rechtsstaat”

De coronacrisis noopte de overheid ertoe ingrijpende dwingende en dringende maatregelen af te kondigen in het kader van onze veiligheid, onze gezondheid en ons welzijn. Geen probleem, is onze eerste indruk, gezien deze maatregelen er hopelijk zullen toe bijdragen het coronavirus te bestrijden en te overwinnen. Bepaalde van deze maatregelen beknotten echter onze fundamentele vrijheden en doen er zelfs op flagrante en niet-toegestane wijze afbreuk aan. Het rechtsgevoel van de kritische denker begint te knagen en te rebelleren. Gaan we alle maatregelen blindelings naleven en ondergaan, of durven we ons nog vragen stellen over de proportionaliteit ervan en de motieven die erachter zitten?

Om de volledige tekst te lezen, klik hier.

Gelezen op de website van GDENA-advocaten (11 mei 2020): COVID-maatregelen en eigendomsrecht op (te) gespannen voet. Hebben (sommige) kustburgemeesters een punt?

De laatste dagen is er veel commotie omtrent het niet-toelaten van zogenaamde tweedeverblijvers aan de kust (en in de Ardennen). De lokale horeca en handelaars schreeuwen moord en brand. Er wordt gesteld dat het weinig zin heeft om handelszaken te openen wanneer hun voornaamste klanten niet mogen komen. Vakantieverblijven aan de kust genereren 1,5 miljard euro omzet, waarvan 1,1 miljard door tweedeverblijvers. Zij zijn goed voor 13,6 miljoen van de 30 miljoen overnachtingen aan de kust.

Om de volledige tekst te lezen: klik hier.

Linda heeft appartement aan zee, maar moet toch elke dag 400 kilometer rijden voor haar werk: “Gouverneur raadde aan om in hotel te overnachten”

Op 7 mei 2020 verscheen in een aantal Vlaamse kranten het volgende verhaal:

Niemand wil zo snel weer naar haar tweede verblijf aan de kust als Linda uit Maasmechelen. Zij rijdt nu elke dag 400 kilometer van en naar haar werk in Diksmuide.

Linda werkt sinds begin dit jaar in uitzendkantoor Absolute Jobs in Diksmuide. Ze huurt in Koksijde een appartementje maar haar domicilie is nog bij haar ouders in Maasmechelen. Toen de Veiligheidsraad besliste dat de bedrijven weer mochten openen, kreeg ook Linda van haar baas te horen dat ze op kantoor wordt verwacht.

“Dat leek me geen probleem”, vertelt Linda. Of toch: tweedeverblijvers zijn sinds de lockdown even niet welkom aan de kust.

“Ik mailde al met de gouverneur van West-Vlaanderen: of er geen uitzondering kan worden gemaakt voor mensen zoals ik die huren aan de kust omdat ze daar werken? Maar ik krijg geen toelating om in mijn appartement te slapen. Dus moet ik elke dag meer dan 400 kilometer rijden. Dat worden leuke ritten. Goed voor het milieu ook”, zucht Linda.

De gouverneur raadt Linda aan om in een hotel te overnachten. Die mogen immers openblijven voor gasten die een essentiële verplaatsing maken. Maar dat vindt Linda absurd. “Dan kom ik toch ook onder de mensen? Ik heb een perfect appartementje, alleen voor mezelf, waar ik zo al 600 euro per maand voor betaal. En dan zou ik een hotelkamer moeten betalen?”

Klik hier voor het volledig artikel (enkel voor abonnees van Het Nieuwsblad)