Gelezen op de RTL Info website (19 mei 2020): Een caravan aan de kust is de enige vrijetijdsbesteding voor Frédéric en zijn gezin, maar ze kunnen er niet van genieten: “een onrecht!”

Frédéric, zijn vrouw en hun twee zonen, 17 en 13 jaar oud, wonen in een flatgebouw in Charleroi. Sinds midden maart zorgt de familie ervoor dat ze de coronamaatregelen zorgvuldig respecteren: Frédéric’s echtgenote en haar zoon zijn astmatisch en willen zich ten koste van alles beschermen tegen het coronavirus. Maar zonder balkon, zonder tuin, zonder auto en zonder plaats om te wandelen in hun buurt… duurt de lock-down lang , heel lang. Maar wat Frédéric het meeste pijn doet, is dat ze al hun spaargeld gebruiken om hun caravan aan de kust te betalen. Dus elke dag stelt onze getuige zich voor hoe hij, zijn vrouw en hun kinderen de lock-down  in hun tweede thuis hadden kunnen doorbrengen: kleine tuin, wandelingen, fietstochten, frisse zeelucht …

Klik hier om het volledige artikel – in het Frans – te lezen

Linda heeft appartement aan zee, maar moet toch elke dag 400 kilometer rijden voor haar werk: “Gouverneur raadde aan om in hotel te overnachten”

Op 7 mei 2020 verscheen in een aantal Vlaamse kranten het volgende verhaal:

Niemand wil zo snel weer naar haar tweede verblijf aan de kust als Linda uit Maasmechelen. Zij rijdt nu elke dag 400 kilometer van en naar haar werk in Diksmuide.

Linda werkt sinds begin dit jaar in uitzendkantoor Absolute Jobs in Diksmuide. Ze huurt in Koksijde een appartementje maar haar domicilie is nog bij haar ouders in Maasmechelen. Toen de Veiligheidsraad besliste dat de bedrijven weer mochten openen, kreeg ook Linda van haar baas te horen dat ze op kantoor wordt verwacht.

“Dat leek me geen probleem”, vertelt Linda. Of toch: tweedeverblijvers zijn sinds de lockdown even niet welkom aan de kust.

“Ik mailde al met de gouverneur van West-Vlaanderen: of er geen uitzondering kan worden gemaakt voor mensen zoals ik die huren aan de kust omdat ze daar werken? Maar ik krijg geen toelating om in mijn appartement te slapen. Dus moet ik elke dag meer dan 400 kilometer rijden. Dat worden leuke ritten. Goed voor het milieu ook”, zucht Linda.

De gouverneur raadt Linda aan om in een hotel te overnachten. Die mogen immers openblijven voor gasten die een essentiële verplaatsing maken. Maar dat vindt Linda absurd. “Dan kom ik toch ook onder de mensen? Ik heb een perfect appartementje, alleen voor mezelf, waar ik zo al 600 euro per maand voor betaal. En dan zou ik een hotelkamer moeten betalen?”

Klik hier voor het volledig artikel (enkel voor abonnees van Het Nieuwsblad)