Bezwaarprocedures tegen de tweedeverblijftaks in Koksijde: waar staan we eind 2026
Tussen oktober 2020 en eind 2025 werden via TWERES niet minder dan 1150 bezwaarprocedures ingeleid tegen de gemeentebelasting op tweede verblijven in Koksijde (plus nog eens 980 in De Panne en Knokke-Heist). Sommige deelnemers aan de actie van TWERES hebben drie of vier (enkelen zelfs vijf) procedures in behandeling bij de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, het Hof van beroep te Gent of tot voor kort zelfs bij het Hof van Cassatie in Brussel. De betrokken hoven en rechtbanken velden nu al honderden arresten en vonnissen, aanvankelijk soms in het nadeel van de tweedeverblijvers maar de laatste tijd steevast in hun voordeel.
Hierna proberen we in het kort uit te leggen waar we nu staan in de verschillende procedures voor elk aanslagjaar. Zeker geen eenvoudige lectuur want gerechtelijke kronkelwegen zijn vaak ingewikkeld.
Aanslagjaar 2020
TWERES is met de actie begonnen in oktober 2020 zodat het voor de meeste eigenaars van tweede verblijven in Koksijde al te laat was om nog een bezwaarschrift in te dienen. Daardoor bleef het aantal deelnemers voor dat aanslagjaar beperkt tot 37. Na afwijzing van het bezwaar door de gemeente kwamen die zaken in de loop van 2022 voor de rechtbank van eerste aanleg in Brugge. In alle dossiers was het resultaat negatief. Alle hoop was dus gevestigd op het Hof van beroep te Gent maar dat Hof oordeelde eind 2023 onverwacht in het nadeel van de tweedeverblijvers. In de maanden die daarop volgden hebben we bijgevolg aangemaand tot voorzichtigheid en hebben een aantal leden hun procedure stopgezet of hoger beroep uitgesteld.
Op 6 februari 2024 veranderde het Hof van beroep echter totaal onverwacht haar rechtspraak en werd Koksijde in het ongelijk gesteld. De gemeente ging daartegen in cassatie, het arrest werd in januari 2026 door het Hof van Cassatie verbroken en naar het Hof van beroep in Antwerpen gestuurd. Desondanks blijft het Hof van beroep in Gent haar rechtspraak ten gronde in het nadeel van de gemeente handhaven. In een arrest van 6 juni 2026 kreeg Koksijde opnieuw ongelijk. Volgens het Hof van beroep verandert het cassatiearrest niets aan het feit dat het gelijkheidsprincipe geschonden wordt door de gemeentelijke inkomsten in ongelijke mate enkel bij de tweedeverblijvers te halen.
Op 29 september 2026 werden nog 14 andere gelijkaardige dossiers in verband met aanslagjaar 2020 gepleit voor het Hof van beroep. De arresten werden op 20 oktober geveld en geven opnieuw de tweedeverblijvers gelijk.
Voor “toeristische verblijfplaatsen” liepen de zaken enigszins anders. In deze dossiers gaf het Hof van beroep in 9 arresten de eigenaars gelijk. Ook hiertegen ging de gemeente in cassatie maar het Hof van Cassatie heeft op 9 oktober 2026 het cassatieberoep van Koksijde in die negen dossiers verworpen. We wachten nu op de reactie van de gemeente. Mogelijk volgt een minnelijke schikking voor alle dossiers en alle aanslagjaren (2020 tot en met 2025) in de zaken betreffende de toeristische verblijfplaatsen.
Aanslagjaar 2021
De meeste dossiers van 2021 werden door de rechtbank van eerste aanleg in Brugge behandeld in de loop van 2023 en 2024. Tot februari 2024 waren alle vonnissen in eerste aanleg in het nadeel van onze leden (171 dossiers). Omdat we op dat moment geconfronteerd werden met de negatieve rechtspraak van het Hof in haar arresten van oktober-november 2023 werd tijdelijk hoger beroep afgeraden. Een aantal leden heeft de procedures stopgezet en het voorstel van de gemeente voor een minnelijke schikking aanvaard. Vermits de negatieve vonnissen van die periode niet door de gemeente betekend werden, is hoger beroep op dit moment nog mogelijk voor alle andere dossiers waarin de rechtbank de eigenaars ongelijk gaf. De betrokken eigenaars zijn hiervoor gecontacteerd.
Vanaf februari, ingevolge het arrest van 6 februari van het Hof van beroep, veranderde de rechtbank haar standpunt. Voor aanslagjaar 2021 kregen de tweedeverblijvers uiteindelijk nog in 21 procedures gelijk. TWERES heeft die vonnissen door een deurwaarder laten betekenen en Koksijde op die manier verplicht om in hoger beroep te gaan. Intussen is dat hoger beroep van de gemeente verworpen. De arresten stellen onze leden in het gelijk en we moeten overleggen of tot betekening moet worden overgegaan (om Koksijde tot uitvoering, d.w.z. tot betaling te dwingen).
Aanslagjaar 2022
Vanaf aanslagjaar 2022 zijn de zaken een klein beetje eenvoudiger geworden. De bezwaardossiers tegen de aanslag van dat jaar werden in de loop van 2024 en 2025 door de rechtbank van eerste aanleg behandeld en in alle zaken kregen onze leden voor die instantie gelijk (198 gunstige uitspraken). TWERES heeft in februari 2025 het initiatief genomen om de 137 gunstige vonnissen die tot dan toe waren geveld, door een deurwaarder te laten betekenen. De betekeningskosten werden door TWERES voorgeschoten (totaal 36.636,92 € inclusief de betekening van de 21 positieve vonnissen betreffende aanslagjaar 2021). Koksijde was dus verplicht om te reageren, besliste om hoger beroep te starten, maar kreeg van het Hof van beroep in alle zaken ongelijk. De betrokkenen werden door TWERES gecontacteerd met de aanbeveling om het arrest in hun dossier van 2022 te laten betekenen.
TWERES heeft de positieve vonnissen in eerste aanleg zelf laten betekenen die geveld werden tot 11 februari en de kosten daarvoor voorgeschoten. Gelet op de beperkte financiële middelen van de VZW was dat voor latere vonnissen niet meer mogelijk. Voor het aanslagjaar 2022 gaat het over 40 gunstige vonnissen waarin de eigenaars van de rechtbank gelijk hebben gekregen. Met de betrokkenen is contact opgenomen met de vraag of zij zelf de kosten van de betekening willen dragen (en bij uiteindelijk gunstige uitspraak in hoger beroep, die kosten ook zelf zullen recupereren).
Aanslagjaar 2023
De meeste dossiers betreffende aanslagjaar 2023 zijn intussen in de loop van 2025 en 2026 door de rechtbank van eerste aanleg in Brugge behandeld en dat heeft tot nu toe al tot 155 gunstige uitspraken geleid. Ook hier stelt zich de vraag over de betekening door een deurwaarder. Zolang dat niet gebeurt, beweegt Koksijde niet en gaat de gemeente niet over tot vrijwillige uitvoering (terugbetaling van de belasting en betaling van de gerechtskosten). Daarom zal ook hier met de betrokkenen overlegd moeten worden of zij de kosten voor de betekening (rond de 300 € per dossier) willen voorschieten (en bij uiteindelijke winst uiteraard zullen recupereren). Voorlopig wordt echter nog afgewacht hoe de gemeente zal reageren op het feit dat ze nu systematisch in alle dossiers zowel in eerste aanleg als in hoger beroep in het ongelijk wordt gesteld.
Aanslagjaar 2024
De dossiers betreffende aanslagjaar 2024 zijn op dit moment voorgelegd aan de rechtbank van eerste aanleg. Vonnissen in deze zaken worden in de loop van 2027 verwacht. In totaal gaat het over 198 dossiers.
Aanslagjaar 2025
Ook de meeste dossiers betreffende aanslagjaar 2025 zijn ingediend bij de rechtbank van eerste aanleg waar worden pas eind 2027 en begin 2028 door de rechtbank behandeld. Tot nu gaat gaat het over 205 dossiers.
Conclusie
Eind 2026 zijn de perspectieven uitstekend. De rechtspraak van zowel de rechtbank van eerste aanleg te Brugge als van het hof van beroep te Gent is nu constant in het voordeel van de tweedeverblijvers. Meer en meer leden voor wie bezwaarprocedures via TWERES zijn gestart, laten het vonnis of het arrest dat in hun voordeel werd uitgesproken, door een deurwaarder betekenen. Dat verplicht de gemeente om binnen de drie maanden in die dossiers te reageren. De vraag is nu welke die reactie zal zijn: de eindarresten uitvoeren door terugbetaling van de belasting indien deze werd betaald en betaling van de rechtsplegingsvergoeding en de betekeningskosten? Voorstellen om de lopende procedures te stoppen via een minnelijke schikking om verdere kosten te vermijden? Of verder procederen in de zaken die nog niet definitief zijn uitgesproken in de hoop dat de rechtspraak nog zal wijzigen? Hierover zal wellicht nu snel meer duidelijkheid komen.


