Cassatiearresten over Knokke en Koksijde: wat zijn de gevolgen?
Ondertussen hebben we de arresten kunnen lezen die het Hof van Cassatie op 15 januari 2026 heeft geveld. Het Hof verbreekt daarin twee arresten die door het Hof van beroep te Gent werden uitgesproken op respectievelijk 2 mei 2023 (in de zaak van Knokke-Heist tegen A.J.L. tegen Knokke-Heist) en 6 februari 2024 (in de zaak van Koksijde tegen H.V en S.S). Beide zaken betreffen bezwaarprocedures van eigenaars tegen de gemeentebelasting van aanslagjaar 2020 op hun tweede verblijf in die gemeenten). In de cassatieprocedures betreffende de gemeentebelasting op “toeristische verblijfplaatsen” (tweede verblijven in recreatieparken) in Koksijde, wordt nog op het oordeel van het Hof van Cassatie gewacht.
Waarom werden de arresten van het Hof van beroep verbroken?
In de twee arresten van 15 januari verbreekt het Hof van Cassatie de twee arresten van de beroepsrechter om dezelfde reden. Volgens het Hof heeft het Hof van beroep zonder correcte verantwoording aangenomen dat het heffen van een belasting op eigenaars van tweede verblijven in strijd is met het gelijkheidsbeginsel wanneer die belasting gemotiveerd is als “weeldebelasting”. Het Hof van beroep kon, volgens de cassatierechters, niet tot dat besluit komen, louter op grond van het motief dat het “onredelijk is om aan te nemen dat een onroerend goed waarvoor geen inschrijving in het bevolkingsregister is genomen in de regel een tweede onroerend goed in eigendom betreft en de belastingplichtigen derhalve in de regel personen met voldoende middelen zijn”.
Het Hof van Cassatie oordeelt dus dat over het algemeen genomen een onroerend goed dat niet bewoond wordt door vaste inwoners in de betrokken gemeenten, eigendom is van iemand met voldoende middelen, die dus in aanmerking komt voor een weeldebelasting. Het gelijkheidsbeginsel is dus niet geschonden omdat enkel die belastingplichtigen over die weelde beschikken.
Uiteraard is er dan nog wel een ongelijkheid tussen eigenaars van onroerende goederen die verhuurd worden aan vaste inwoners en eigenaars die verhuren aan “tweedeverblijvers”. Die redenering is echter in de verbroken arresten niet uitgewerkt.
Onmiddellijk gevolg voor de betrokken eigenaars
Het onmiddellijke gevolg van de verbreking van beide arresten, is de verwijzing naar het Hof van beroep in Antwerpen. Daar wordt voor beide dossiers de zaak opnieuw ten gronde bekeken. Dat kan enkele jaren duren en de uiteindelijke uitspraak moet door de betrokken tweedeverblijvers (dus door AJL. en HV-SS) worden afgewacht.
Gevolgen voor de lopende procedures
Voor de lopende procedures (wellicht ruim tweeduizend) moet een onderscheid worden gemaakt. Over de gemeentebelasting in Knokke zijn er door de Hof van beroep in Gent reeds enkele arresten geveld die identiek zijn aan het arrest dat nu is verbroken. Er kan worden verwacht dat de gemeente ook in die dossiers cassatieberoep zal instellen, zodat die zaken uiteindelijk ook in Antwerpen behandeld zullen worden.
Voor de lopende procedures waarin nog geen eindarrest van het Hof van beroep is geveld (de overgrote meerderheid), is de verwachting dat ze naar de algemene rol verwezen zullen worden, m.a.w. uitgesteld minstens tot het Hof in Antwerpen uitspraak heeft gedaan. De houding die de rechtbank van eerste aanleg in Brugge zal aannemen, is onzeker (uitstellen, huidige rechtspraak in het voordeel van de tweedeverblijvers handhaven of de rechtspraak aanpassen ingevolge de recente cassatiearresten).
Dat laatste geldt voor de lopende procedures in Knokke-Heist en Koksijde. De situatie is anders voor De Panne, omdat tegen de arresten van het Hof van beroep betreffende de gemeentebelasting in die gemeente, nog geen voorziening in cassatie is ingeleid.
Wat met de nieuwe reglementen?
Voor de toekomst moet gekeken worden naar de nieuwe fiscale gemeentereglementen die gelden vanaf 2026. Die reglementen zijn reeds uitgevaardigd door De Panne en Koksijde (op 17 december 2025), maar nog niet door Knokke-Heist. Zoals bekend, voeren zowel De Panne als Koksijde vanaf 2026 een aanvullende personenbelasting in van 5 % maar de belasting op tweede verblijven wordt tegelijk verhoogd. Momenteel wordt onderzocht of tegen die gemeentereglementen (en tevens tegen deze in Blankenberge en Oostende), met kans op succes een verzoekschrift kan neergelegd worden bj de Raad van State.
We houden u op de hoogte van het vervolg.

